De politie doet niets bij vermissingen

De politie doet niets bij vermissingen

Een veel gelezen klacht in de media: de politie doet niet genoeg bij vermissingen. Gedurende de bijna 4 jaar dat onze stichting zich bezighoudt met vermissingen, lezen we het dit enige regelmaat terug in de kranten. Maar is het ook een stelling die gestaafd wordt met feiten? En hoe groot is dit probleem dan precies? Is het zo dat de politie structureel steken laat vallen bij het oppakken van meldingen wanneer iemand vermist is?

Onze ervaringen bij vermissingen

We weten inmiddels uit ervaring dat er zeker vermissingszaken zijn waarbij de politie de urgentie niet goed heeft ingeschat. Dat is een feit. De politie neemt een melding van een vermissing op en neemt een beslissing over de acties die ingezet moeten worden. Hierbij worden soms verkeerde beslissingen genomen. Wanneer we bij ZoekJeMee hiervan horen en vanuit ervaring menen dat dit nog eens kritisch bekeken moet worden, hebben we gelukkig onze ingangen om de vermissing en de daaraan gekoppelde urgentie / uitgezette acties nog eens tegen het licht te laten houden. Maar kunnen we hieruit concluderen dat de politie het structureel bij het verkeerde eind heeft? Wij vinden van niet.

De cijfers

Jaarlijks wordt er grofweg 40.000 keer een vermissing bij de politie gemeld. Dat zijn ongeveer 110 meldingen per dag. Een ander gegeven is dat er iedere dag van het jaar ongeveer 600 kinderen vermist zijn (lopende vermissingen meegenomen). Ongeveer 80% van de 40.000 vermiste personen is binnen 48 uur teruggevonden of men keert zelf terug.

De politie doet niks, of …?

In hoeveel gevallen de politie een verkeerde inschatting maakt of te laat actie onderneemt is niet bekend, daar zijn geen exacte cijfers van. Wel merken wij dat in de ogen van de achterblijvers de politie heel vaak te weinig onderneemt. Dat is een reëel gevoel dat ook serieus genomen moet worden. Anderzijds zien we dat de politie veel meer onderneemt dan de achterblijvers weten. Veelal is in die zaken de recherche druk met het onderzoek. We hebben in deze gevallen het vermoeden dat de achterblijvers niet goed (genoeg) op de hoogte worden gehouden van de voortgang in dit onderzoek. Dat kan te maken hebben met de werkwijze van de recherche. Een rechercheur is gewend zijn werk op de achtergrond uit te voeren, in een zekere stilte en niet zichtbaar voor de buitenwereld. Vergeet ook niet dat bij een vermissing in een deel van de gevallen ook de direct betrokkenen deel kunnen uitmaken van het onderzoek. Met regelmaat blijkt dat een partner of familielid oorzaak, of zelfs dader is in een vermissingszaak.
Dat betekent niet dat de recherche hier soms ook beter moet presteren. Een vermissing vergt veel van achterblijvers, de wanhoop is groot. Bij zaken waar blijkt dat er geen reden is om betrokkenen niet (volledig) te informeren over het verloop van de zaak, moet de recherche dit natuurlijk ook gewoon doen. Achterblijvers hebben behoefte aan duidelijkheid, niet alleen over wat er gebeurd is met hun geliefde, maar ook in wat er gedaan wordt om hem of haar terug te vinden.

Eerst 24-48 uur wachten? Broodje aap verhaal!

Het is dus nog maar de vraag in hoeverre de politie niet direct actie onderneemt. Ook het verhaal dat steeds opduikt dat de politie 24 uur tot wel 48 uur wacht met zoeken, is een hardnekkig ‘broodje aap’ verhaal. Dat is namelijk niet het geval. Een enkeling bij de politie wil deze wachttijd soms hanteren, maar gelukkig is dat een uitzondering. De politie kan direct met een melding van vermissing aan de slag. En doet dit in het leeuwendeel van de meldingen ook. In zeldzame gevallen wordt een melding van vermissing geweigerd, iets waar we direct mee aan de slag gaan. Een melding is namelijk áltijd mogelijk. Dat recht is simpelweg vastgelegd in de Wet. Een Officier van Justitie kan vervolgens besluiten de aangifte of melding terzijde te leggen. Maar in het geval van vermissingen komt dit gelukkig zelden voor.

Conclusie

Er gaan zeker zaken mis. Maar om te stellen dat er structureel zaken bij de politie misgaan op gebied van vermissingen is veel te kort door de bocht.Wanneer we dit in de pers lezen, klinkt het ons soms zelfs wat ‘populistisch’ in de oren. We zien de politie in de meeste zaken heel goed werk afleveren. Vaak niet goed zichtbaar voor de achterblijvers maar doorgaans met een reden. En dat de politie in begeleiding en aandacht veel verder gaat dan hun kerntaak, dat siert hen.

We zullen altijd kritisch blijven kijken naar wat de politie onderneemt. En wanneer er reden is om te vinden dat het beter kan, zullen we hierover altijd aan de bel trekken. In veel gevallen zien we dan ook een verbetering, in sommige gevallen heeft de politie informatie die anders is dan de onze. Maar we zullen altijd in goed overleg een bevredigende oplossing voor de achterblijvers bewerkstelligen.